|
Over BHV wordt op kantoor vaak wat lacherig gedaan. Een ochtend in een vergaderzaal, een oefenpop op de vloer, iemand die een verband om het verkeerde been wikkelt. Maar wie een goede training heeft gevolgd, weet dat de grappen ophouden zodra het scenario echt wordt. Dat gebeurde onlangs bij een productiebedrijf in Schijndel, op een grijze dinsdag waarop de regen tegen de ramen van de kantine sloeg. De trainer legde een simpel geval op tafel. Een medewerker zit aan haar bureau, pakt een verlengsnoer met een beschadigde stekker en valt stil. Haar hand zit nog om het snoer. Wat doe je? Bijna iedereen in de zaal wilde haar wegtrekken. Dat is precies wat je niet moet doen. Eerst de stroom erafZolang iemand in contact staat met een spanningvoerend deel, loop je het risico dat de stroom ook door jou gaat. De eerste stap is dus de stroom uitschakelen. Trek de stekker eruit als dat veilig kan, of zet de groep of de hoofdschakelaar in de meterkast uit. Pas daarna raak je het slachtoffer aan. Bel 112, controleer ademhaling en bewustzijn en begin zo nodig met reanimeren, met de AED erbij. Ook als iemand na een schok gewoon weer opstaat en zegt dat het meevalt, moet die persoon naar een arts. Stroom kan het hartritme verstoren en brandwonden veroorzaken die je van buiten nauwelijks ziet. In de zaal bleef het daarna een tijdje stil. Iemand vroeg hardop waar bij hen eigenlijk de meterkast zat. Niemand wist het zeker. De vraag achter de oefeningDat moment is de kern van dit stuk. Een BHV’er kan nog zo goed getraind zijn, als hij in een noodgeval eerst door drie gangen moet zoeken naar een groepenkast achter een stapel dozen, gaan er kostbare seconden verloren. En als op die kast alleen nog de handgeschreven labels van de vorige huurder staan, weet je niet welke groep je uit moet zetten. Een werkgever kan daar vooraf veel aan doen, en het meeste is niet ingewikkeld. Zorg dat iedereen weet waar de groepenkast en de hoofdschakelaar zitten en dat die vrij bereikbaar zijn. Laat de groepen duidelijk benoemen. Test de aardlekschakelaars regelmatig met de testknop, en laat de installatie periodiek controleren. Bedrijven zijn verplicht hun elektrische installatie veilig te houden, en een inspectie volgens NEN 3140 is daarvoor de gangbare manier. Kleine dingen die het verschil makenNa de training liep de preventiemedewerker van het bedrijf met een collega door het pand. Ze vonden twee verlengsnoeren die aan elkaar gekoppeld waren onder een bureau, een stekkerdoos met een gebroken behuizing in de pantry en een waterkoker die naast de spoelbak stond, met het snoer half in een plasje. Niets daarvan is spectaculair, maar het zijn precies de situaties waar ongelukken uit voortkomen. Het bedrijf heeft daarna Elektricien Schijndel gevraagd om de installatie na te lopen. De monteur controleerde de aardlekschakelaars, maakte een nieuw overzicht van de groepen en adviseerde extra wandcontactdozen bij de werkplekken, zodat de haspels en gekoppelde snoeren konden verdwijnen. In de pantry kwam een vaste aansluiting op een veilige afstand van de kraan. Wie in Schijndel werkt, kent het beeld van de Sint-Servatiuskerk die boven het centrum uitsteekt. Iedereen weet waar die staat. Van de meterkast op je eigen werk zou dat ook zo moeten zijn. Het bedrijf heeft het nu geregeld. De volgende BHV-herhaling staat in het voorjaar, en dan wil de trainer dezelfde vraag nog eens stellen. Ze hopen dat dan de hele zaal meteen het antwoord weet, met dank aan de rondgang en het werk van Elektricien Schijndel. |
